Welke invloed heeft de cultuur van jouw organisatie op jou?

Welke invloed heeft de cultuur van jouw organisatie op jou?

Conny heeft gevraagd om een coachingstraject. Ze zit niet lekker in haar vel en wil graag eens de dingen op een rijtje zetten.
‘Ik werk sinds vier jaar bij een grote, landelijke verzekeraar. Het team bestaat uit zeven mannen en ik. Het werk vind ik geweldig, daar kan ik me helemaal in verliezen. Maar dat lijkt een probleem te zijn binnen de bedrijfscultuur. De mannen maken grapjes over mijn gedrevenheid, ze vinden dat ik overdrijf als ik een uurtje langer werk, ze pesten me dat ik een wit voetje bij de baas wil halen.’

Dat blijkt niet altijd zo geweest te zijn. Toen ze pas startte, hielpen ze haar juist waar ze maar konden. De eerste weken was er steeds eentje die haar wegwijs maakte, net zolang tot ze de belangrijkste personen en taken kende. Ze leerden haar ook te overleven in de bureaucratie, zoals ze het noemden.

Slechte adviezen van haar nieuwe collega’s

‘Je krijgt meer gedaan door achteraf vergeving te vragen, dan vooraf toestemming,’ vertelden ze haar.
‘Wees nooit duidelijk, maar verhul zoveel mogelijk, zodat niemand het begrijpt, dan denken ze dat je veel weet en krijg je aanzien.’
‘Loop altijd met een map onder je arm door de gangen, dan lijkt het alsof je het druk hebt.’
‘Houd zoveel mogelijk mensen te vriend, je kunt ze later nog nodig hebben.’
‘Laat nooit het achterste van je tong zien, zorg dat je iets houdt om over te onderhandelen.’

‘Ik werd er zo verdrietig van,’ zegt Conny. ‘Ik wil alleen maar lekker werken, maar van al die wijze raad werd ik alleen maar banger en voorzichtiger. Op een gegeven moment wist ik niet meer wie ik nog kon vertrouwen.’ Ze vertelt dat ze zich steeds meer terugtrok en geen initiatieven meer nam. Ze durfde geen voorstellen meer te doen in vergaderingen, omdat ze bang was dat ze dom zou klinken. Ze ging steeds minder vaak mee lunchen.

Waar was die enthousiaste juriste gebleven?

Toen kwam er een nieuwe leidinggevende, een frisse vrouw, die het team goed doorlichtte. Ze nodigde Conny uit voor een gesprek en vroeg haar op de vrouw af waarom er niets uit haar handen kwam. Waar was de enthousiaste juriste gebleven, die met zoveel plannen en ideeën de sollicitatiecommissie had overbluft? Waar was die toekomstgerichte vrouw gebleven, die de eerste weken allerlei oudbakken dossiers had uitgespit en opgelost? Wie was dat kleine vogeltje dat in een hoekje aan het wegkwijnen was, ook al stonden de deuren van de kooi wagenwijd open? Conny kreeg een huilbui van opluchting. Deze nieuwe leidinggevende wilde dat ze ging werken, zoals ze dat het liefste deed. Alleen, ze wist niet meer hoe ze het toen aanpakte. Ze was zichzelf helemaal kwijt geraakt.

‘En nu zit ik hier, bij jou aan de keukentafel te zoeken naar wie ik ooit was. Ergens weet ik zeker dat ik er ben, maar ik kan niet meer bij mezelf komen.’

Door negetieve bedrijfscultuur haarzelf kwijtgeraakt

Ze moet lachen als ik met papier en gekleurde stiften aan kom en haar vraag zichzelf te tekenen zoals ze nu is. Voorzichtig zet ze met grijze stift zoekend strepen op papier. Een graatmagere, gekromde figuur ontstaat heel langzaam. Ze schrikt er zelf van.
Het tekenen van zichzelf zoals ze vier jaar geleden was, gaat veel gemakkelijker. Felle kleuren, ronde vormen, woeste strepen, de energie spat van het papier. Ze krijgt blossen op haar wangen en een glimlach om haar mond. Ze kan bijna niet ophouden met tekenen.
We leggen beide tekeningen naast elkaar. Het verschil is opzienbarend. ‘Was ik echt zo kleurrijk en woest?’ vraagt Conny zich af. ‘Eigenlijk vind ik die oude Conny wel heel erg heftig, hoor! Hoe leuk ze ook is!’

Dan vraag ik haar om een kleur stift te kiezen, die ze ook gebruikt heeft bij de oude Conny en alle details in die kleur over te nemen op de nieuwe Conny. Dat is nog eens een verandering. De grijze Conny krijgt felblauw gekleurde kralen om haar magere polsen en felblauwe laarsjes en een strik in het haar. Het ziet er een beetje vreemd uit. Als ik vraag waar dat blauw voor staat, zegt Conny zonder nadenken: ‘Voor alle opschik waar ik vroeger dol op was. Het uiterlijke vertoon, het perfect zijn, alle accessoires passend bij elkaar. Overdreven, als je dat zo ziet bij die grijze gratenbaal.’

De oude versus de nieuwe ik

Zo gaan we alle kleuren langs. Uiteindelijk blijven er maar twee kleuren over, die echt bij de nieuwe, grijze Conny passen, paars en rood. Die staan voor haar liefde voor de inhoud van haar werk en voor de drive die ze voelt als ze bezig is. De andere kleuren is ze kwijt, maar eigenlijk vindt ze dat helemaal niet erg. Die waren ook wel heel erg over the top.
Op een nieuw vel papier schetst Conny de Conny die ze wil zijn. Dat wordt nog steeds een grijze figuur, maar met wat meer rondingen. Met een rode rok en een paarse tas. Er komen gele haren bij en een witte ketting en witte schoenen. De gele haren zijn het goud dat ze wil oogsten uit de achterliggende periode. ‘Misschien moeten ze wel grijs zijn,’ zegt ze nadenkend. ‘Ik ben wel een stuk ouder geworden in die vier jaar.’
De witte kralen en schoenen zijn de pareltjes die ze altijd al in zich heeft gehad en die ze weer wil oppoetsen. ‘Ik kon altijd goed met mensen opschieten, durfde overal op af te stappen. Mensen vonden het leuk om me te helpen, omdat ik ze kon interesseren voor wat ik deed. Dat kan ik nu nog steeds!’

De allerlaatste Conny neemt ze mee om boven haar bed te hangen. De andere twee wil ze niet meer hebben. ‘Ik word een heel andere Conny, dan hoef ik die andere twee niet meer als vergelijkingsmateriaal.’

Hoe zit het met jou en de bedrijfscultuur?

Welke invloed heeft de bedrijfscultuur op jouw functioneren? Voel je je er lekker bij of zou je wat willen veranderen? Wil je dat met ons delen, zodat we er allemaal van kunnen leren? Laat dan hieronder een reactie achter.

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.sophiamagazine.nl.

 

Geschreven door Philine Spruijt

Philine Spruijt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *