Wat is het liefste dat je kind ooit tegen je gezegd heeft?

Wat is het liefste dat je kind ooit tegen je gezegd heeft?

Een groep vriendinnen waarvan er drie in verwachting zijn, hebben ons gevraagd om de ‘Vileine Vragen voor Ouders’ met hen te spelen. Het feestje is georganiseerd door de vierde, die geen kinderen heeft en ook niet in verwachting is. Twee andere vriendinnen doen mee voor de lol.
‘Ik wil wel eens testen of jullie goede ouders zullen worden,’ zegt Angela, de organisator van het feest.
‘En als we dat niet zijn, mogen we dan niet bevallen?’ vraagt Lize, die over een week is uitgeteld. ‘Mag je mij vertellen hoe je dat gaat regelen!’
Iedereen lacht, de toon is gezet. De vragen schieten over tafel. Er wordt veel gelachen, maar er zijn ook ernstige momenten, waarop ze de hobbels van het ouderschap eens goed onder de loep nemen. De zwangere vriendinnen noteren ijverig welke dingen ze nog met hun partners willen bespreken.
Dan komt het moment dat Annemieke de vraag trekt: ‘Wat is het liefste dat je kind ooit tegen je gezegd heeft?’

Ze begint zachtjes te huilen, tot grote schrik van haar vriendinnen. Want Annemieke heeft helemaal geen relatie en helemaal geen kinderen, voor zover zij weten. Deze vraag is toch helemaal niet zo vilein? Annemieke kalmeert langzaam en begint te vertellen:

‘Toen ik vijftien was, raakte ik in verwachting van een jongen uit mijn klas. Natuurlijk waren we te jong voor een relatie, we waren ook helemaal niet verliefd op elkaar. We waren aan het experimenteren en toen liep het een beetje uit de hand. Zijn ouders waren woest en eisten een abortus. Het kon niet anders dan mijn schuld zijn. Ik had hun lieve, onschuldige zoontje verleid. Mijn ouders waren woest op die jongen. Hij had meer zelfbeheersing moeten tonen. Maar een abortus? Nooit!’

Iedereen kijkt haar geschrokken aan.

‘Dus moest ik het kind krijgen,’ vertelt ze verder. ‘Ik ging van school, zogenaamd helpen op de boerderij van mijn oom, ergens in Friesland. Mijn moeder deed alsof zij in verwachting was. Een week voor de geboorte kwamen mijn ouders ook naar Friesland. Toen mijn zoontje eenmaal geboren was, gingen ze terug met de baby. Ik bleef nog een paar weken om te herstellen, de bevalling was heel zwaar geweest.’

‘Dus jouw broertje Terry is eigenlijk jouw zoon?’ vraagt Monique, de oudste vriendin van Annemieke. Die knikt.

‘Het was zo raar toen ik weer thuis kwam. Mijn moeder werd door iedereen gezien als die vrouw die op latere leeftijd nog een kind had gekregen en ik had ineens een broertje erbij gekregen. Ze vroegen nog hoe ik dat vond, omdat ik al vijftien was.’

Ze kijkt peinzend voor zich uit. De anderen blijven ademloos wachten.

‘Ik weet nog dat ik zo in de war was. Ik was gek op mijn baby, kon hem ook niet anders zien dan als mijn kind. Maar ik moest doen alsof ik zijn grote zus was. Mijn moeder was heel beschermend naar hem toe. Ik mocht hem nauwelijks vasthouden of voeden. Alsof ze bang was dat ik te moederlijk tegen hem zou doen, want niemand mocht weten of vermoeden dat Terry van mij was. Dat zou niet alleen mijn goede naam schaden, maar die van de hele familie.

Soms kwam ik in de stad die jongen nog tegen, de vader van Terry. Die draaide dan altijd heel snel weg, hij wilde niet eens naar zijn zoon kijken. Ze wisten wel hoe wij het geregeld hadden, dus ook dat hij er niet op aangekeken zou worden. Maar toch wilde hij niets met de baby te maken hebben.’

‘Terry denkt nog steeds dat jij zijn zus bent,’ zegt Monique. ‘Jullie hebben het hem niet verteld. Maar hij is nu al 21 jaar, dan zou hij het toch moeten weten?’

‘Dat vind ik wel, maar mijn ouders willen dat niet. Ze zeggen dat hij dan alle gevoel voor veiligheid zal verliezen, dat hij zich bedrogen zal voelen en dat hij het ons allemaal kwalijk zal nemen en weg zal gaan.’

‘Denk jij dat ook?’ vraagt Lize.

‘Nee, daarom raakte ik ook zo van streek van die vraag. Toen ik vertelde over dit avondje, zei Terry dat hij hoopte dat ik ook kinderen zou krijgen, omdat hij dacht dat ik de liefste moeder van de wereld zou zijn. Omdat ik naar hem toe ook altijd zo lief was geweest en hij was alleen maar mijn broertje…’

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.sophiamagazine.nl.

Geschreven door Philine Spruijt

Philine Spruijt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *