Liever je beste zelf dan een slechte kopie

vlinderzwart

Robert is een succesvol zakenman. Hij heeft een florerend bedrijf met vestigingen in drie landen en meer dan 400 medewerkers in dienst. Hij is getrouwd met de liefde van zijn leven en heeft twee studerende zonen met wie hij goed kan opschieten. Hij is ook rupsje-nooit-genoeg. Hij is nooit tevreden. Het moet altijd beter kunnen. Nu hij 50 jaar is, wil hij daar wel eens van af, maar weet niet hoe.

Dat gevoel van nooit goed genoeg zijn, kan hij niet plaatsen. Hij weet dat hij succesvol is. Zijn vrienden vertellen openlijk dat ze jaloers op hem zijn. Als hij naar zichzelf kijkt, weet hij dat hij veel bereikt heeft, maar toch blijft het knagen. Het moet beter kunnen, beter, beter, beter.

We praten over zijn jeugd. Zijn vader was burgemeester van een klein dorp, een echte burgervader. Zijn vader stond dag en nacht klaar voor ‘zijn’ mensen. Toen zijn vader overleed, was het hele dorp van slag. Mensen brachten bloemen en eten en stonden voor de deur te huilen. Het hele dorp kwam naar de kerk en naar de crematie. Voor Robert, toen 24 jaar, een onvergetelijke gebeurtenis. Hij weet nog dat hij toen dacht: ‘Dat wil ik later ook.’

Het blijkt dat dit beeld de rest van zijn leven bepaald heeft. In zijn bedrijf staat hij bekend als mensenmens, zijn medewerkers stappen gemakkelijk op hem af, ze weten dat hij hart heeft voor zijn mensen. Soms werken drie generaties uit een familie voor hem. Ontslagen vallen er nooit, al gaan er wel mensen weg om elders hun succes te zoeken. Tegelijkertijd heeft Robert altijd gevochten voor zijn succes. Hij werkt het langst en het hardst, is niet tevreden met ‘goed genoeg’.

We vergelijken de situatie van zijn vader met zijn situatie. Het dorp waar zijn vader burgemeester was, telde 700 inwoners. Iedereen kende iedereen. Ook bij het overlijden van de dokter, de notaris en de bakker kwamen alle mensen langs en was iedereen verdrietig. Als je niet kwam,was dat schande.

Dan komen ook de andere verhalen bovendrijven. Zijn vader die eiste dat zijn vrouw en kinderen altijd het goede voorbeeld gaven. Ze mochten vooral niets doen wat de burgemeester in opspraak zou brengen. De strenge waarden en normen waarmee ze leefden en de strenge straffen als ze eens uit de band vlogen. Ze moesten altijd beter zijn dan alle andere kinderen.

Robert begrijpt nu waarom hij nooit tevreden kan zijn met zijn prestaties. Zijn vader eiste perfectie omdat hij vond dat zijn gezin een voorbeeldfunctie had. Daarnaast interpreteerde hij de enorme belangstelling bij zijn vaders begrafenis als een uiting van liefde. In het licht van de hechtheid van de gemeenschap en de sterke sociale controle lijkt dat nu toch anders.

Robert is een beetje van slag. Het beeld van zijn supervader is veranderd. Aan de ene kant maakt hem dat onzeker, aan de andere kant lucht het hem ook op. Hij hoeft niet meer op te boksen tegen een illusie van perfectie.

In de weken die volgen, komt Robert tot leven. Hij gaat weer paardrijden en heeft pianoles. Gewoon omdat hij het leuk vindt, niet om er de beste in te worden. En verder blijft hij lekker gelukkig, alleen is hij nu een prachtige vlinder geworden.

December 2015

Geschreven door Francine ten Hoedt

Francine ten Hoedt

Francine ten Hoedt

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *